Energieneutraal in 2050: wat is de route voor gemeentes?

4 min leestijd

Tijdens de klimaatconferentie eind 2015 in Parijs zijn onder meer afspraken gemaakt om uit te komen op een energieneutrale gebouwde omgeving in 2050. Hoe kunnen gemeentes hieraan gaan voldoen? Een dergelijke transitie vraagt om een andere manier van gebruik van het huidige energiesysteem. Sociale en technische ontwikkelingen en de durf om te experimenteren zijn nodig om het doel te behalen.

Het huidige energiesysteem is niet in staat de stap naar een duurzame energievoorziening te maken. “Het energiesysteem zal ingrijpend veranderen”, stelt Nienke Maas, adviseur gebiedsontwikkeling bij TNO. “Er komt steeds meer decentrale opwek, gebruikers van energie worden ook opwekkers en de variabiliteit van energie neemt toe met meer duurzame bronnen. De overstap richting een energieneutrale gebouwde omgeving is niet simpel. Afhankelijkheden in de tijd, in keuzes tussen wijken en gemeenten en in ruimtelijke investeringen en belangen tussen stakeholders zorgen ervoor dat het ingewikkeld is om in wijken en gebieden tot goede keuzes te komen.”

“Om de Parijse klimaatdoelstellingen te realiseren, is afwachten geen optie. We zullen aan de slag moeten in gemeentes, en door experimenteren moeten leren”

Experimenteren om te verduurzamen

De technologische ontwikkelingen vinden enorm snel plaats. “De energietransitie is een continu proces. Elke keer moet de beste keuze worden gemaakt uit de opties die op dat moment aanwezig zijn. En niet alleen op het gebied van technologie gebeurt er veel, juist ook als het gaat om wetgeving. Dat geeft onzekerheden”, vertelt Arjan van Diemen, business developer duurzame energie bij TNO. “Het is misschien oncomfortabel om te zeggen, maar we weten nog niet precies hoe het moet. Het is juist daarom van belang om doelgericht en bewust te experimenteren met verschillende maatregelen om te verduurzamen. We weten simpelweg nog niet goed hoe zogenaamde smart grids – computergestuurde systemen die de distributie van warmte en elektriciteit regelen – uit zullen pakken”, vult Maas aan.

Regie teruggeven aan de gemeente

“Vaak starten gemeentes enthousiast aan verschillende pilots gericht op energiebesparing en verduurzaming, maar hebben ze geen overzicht van hoe deze projecten elkaar versterken of misschien wel uitdoven. Wij hebben een 6-stappen model ontwikkeld dat gemeentes inzicht kan geven waar ze zouden kunnen beginnen”, zegt Van Diemen. Een wijk of gebied in de gemeente wordt in kaart gebracht, er wordt bekeken wat de energie/warmtevraag is – nu en in de toekomst – en welke energiemaatregelen mogelijk zijn, bijvoorbeeld hoeveel windmolens welk deel van de energievraag kunnen opvangen en waar deze het beste geplaatst kunnen worden. Op basis daarvan wordt duidelijk hoe het energiesysteem eruit kan komen te zien. “Al deze gegevens leiden uiteindelijk tot een aantal alternatieve maatregelpakketten of scenario’s. Die toetsen we vervolgens aan de plannen en eisen die de gemeente heeft opgesteld, bijvoorbeeld of ze wel of geen windmolens in hun gebied willen. Zo kunnen we doorrekenen wat de opties zijn voor een wijk, stad of verzorgingsgebied. Daarbij nemen we de kosten en planologie mee. Dit geeft gemeentes een stip op de horizon en laat ze zien welk type maatregelen ze kunnen ondersteunen – en welke juist niet – om hun doelstelling te halen. Op deze manier geven we de regie terug aan de gemeente”, licht Van Diemen toe.

“Naast het berekenen van scenario’s simuleren we ook op gemeentelijk niveau. Zo we geven aan wat er gebeurt als in een gemeente bijvoorbeeld tien elektrische auto’s in een straat komen, die energie terugleveren”

Maatwerk is noodzakelijk

Inmiddels heeft TNO voor een aantal wijken en gemeentes, zoals een wijk in Den Haag, de gemeente Houten, Bunnik en Wijk bij Duurstede, uitgezocht welke scenario’s bij hen passen. Deze gebieden zijn onderling niet te vergelijken: de een heeft veel niet goed geïsoleerde collectieve woningbouw, terwijl een ander uit goed geïsoleerde jaren 70 en Vinex-woningen of juist uit een buitengebied met boerderijen bestaat. Van Diemen: “Je kunt je voorstellen dat deze gebieden om andere oplossingen vragen. We kunnen daarom ook geen algemene adviezen voor gemeentes geven. Het is echt locatiespecifiek wat een gemeente of gebied kan doen om de stap naar energieneutrale gebouwde omgeving te maken. Maatwerk is dus noodzakelijk. En dat is wat we met onze kennis leveren. Naast het berekenen van scenario’s simuleren we ze ook. Zo geven we aan wat er gebeurt als in een gemeente bijvoorbeeld drie windmolens worden geplaatst of als er tien elektrische auto’s in een straat komen die energie terugleveren.”

Parijse doelstellingen realiseren

Naast technische innovatie vraagt de weg naar aardgasvrije wijken om een grote sociale innovatie, denkt Maas. “Het energiesysteem verandert en per gebied moeten we keuzes maken. Daar is een collectief proces voor nodig, omdat meerdere actoren hun beslissingen in dezelfde richting moeten nemen. De keuze in de ene wijk heeft gevolgen voor energiesysteemkeuzes in omliggende wijken. Om de Parijse doelstellingen te realiseren, is afwachten geen optie. We zullen aan de slag moeten in gemeentes, en door experimenteren moeten leren. Omdat we voor deze energietransitie als samenleving nog veel moeten leren en ontdekken, is kennisdeling en kennisontwikkeling cruciaal. Dat kan niet elke gemeente afzonderlijk, en vraagt om een programmatische aanpak. Vanuit TNO hebben we de contouren van een programma ‘Parijs op wijkniveau’ hiervoor opgesteld.”

“Het is echt locatiespecifiek wat een gemeente of gebied kan doen om de stap naar energieneutrale gebouwde omgeving te maken. Maatwerk is dus noodzakelijk. En dat is wat we met onze kennis leveren”

Verduurzaming in de praktijk

TNO voert verschillende projecten uit op het gebied van verduurzaming, zoals Duurzaam Ameland. Het eiland vormt als afgegrensd gebied een prachtige omgeving om nieuwe technieken en slimme systemen te testen. In de Hybride Energie Systeem Integratie (HESI)-faciliteit in Groningen testen bedrijven innovaties die een intelligent en flexibel energiesysteem dichterbij brengen. En via stichting Bedrijventerreinen Energiepositief (BE+) worden Nederlandse ondernemers gesteund hun energiegebruik drastisch te verminderen. Ook de SolaRoad kit (zou het niet mooi zijn als onze wegen als zonnepanelen werken?), ZOEnergy Amsterdam (samenwerking om Amsterdam-Zuidoost te verduurzamen) en het energiepositieve huis zijn voorbeelden van innovatieve projecten.

Vindt u kennisdeling, kennisontwikkeling en collectief leren voor de energietransitie ook belangrijk, ziet u potentie in een programmatische aanpak, en wilt u als gemeente of regio meedoen met of meer weten over ‘Parijs op wijkniveau’? Neem dan contact op met Nienke Maas.

contactpersoon
Nienke_Maas_pasfoto (2)
Ir. Nienke Maas Locatie Leiden - Sch + Page 1 Locatie: Locatie Den Haag - New Babylon
e-mail
nieuws
lees ook
vacatures
aandachtsgebieden
  • Energie